Coaching; niet voor watjes (Gastcolumn)
Coaching is hot. Coaching is in, maar wat is het eigenlijk? Zet het zoden aan de dijk? Werkt het wel?
Twee maanden geleden had ik een afspraak met Guus. Hij was bijzonder sceptisch en ook niet op eigen initiatief gekomen.
‘Wat moet ik met coaching?’ was een van de eerste zinnen die Guus uitsprak toen hij bij me binnenstapte. Ik ben niet gauw van mijn stuk, maar dit was wel erg onverwacht. Wat komt hij dan doen, dacht ik. Geen professionele reactie. Hoe kan ik hier het best op reageren? Iemand met weerstand. Laten praten en vragen stellen over zijn reactie, daarna pas vragen waarom hij hier is gekomen.
Via een vriend
Hij vertelde dat een goede vriend hem naar mij had doorgestuurd. Dus had hij een afspraak gemaakt. Meer om hem een plezier te doen, dan dat hij in coaching geloofde. Coaching is veel gespin, weinig wol.
‘Wat maakte dat jouw vriend je heeft doorgestuurd?’ Guus vertelde dat hij voor zichzelf wilde beginnen en op de een of andere manier kwam het niet van de grond. Hij had allerlei plannen gemaakt, maar elke keer liep het weer anders of werden de plannen niet uitgevoerd.
Vragen stellen
‘Wat houd je dan tegen?’ Geen idee. Hij zei dat zijn plannen goed in elkaar zaten, maar er kwam daarna gewoon weinig uit zijn handen.
‘Wat gebeurt er met jou op het moment dat je in actie moet komen?’ Hij vond de vragen vervelend, maar antwoordde wel. Zenuwachtig en veel denken aan wat er allemaal verkeerd kon gaan. Het voelde als verlamd soms.
Hij was bang fouten te maken, te falen als zelfstandig ondernemer en daardoor afgewezen te worden. In zijn huidige baan was alles bekend en was hij niet zo bang om af te gaan. Voor zichzelf beginnen was volledig nieuw, ook al bleef het werk hetzelfde.
De oplossing
Toen ik vroeg wat er nodig zou zijn wel de stap te zetten, gaf hij aan dat hij meer moest denken dat risico’s er nu eenmaal bij horen. Zonder risico, geen leven. Ik gaf hem de opdracht mee dat op te schrijven en naast zijn spiegel te hangen. Elke dag naar kijken en dat hardop tegen jezelf zeggen.
Conclusie
In de weken daarna troffen we elkaar regelmatig. Guus kreeg verschillende opdrachten mee en geloofde steeds meer in zijn eigen kunnen. Voerde zijn plannen uit, werd enthousiaster, kreeg meer energie en voelde zich steeds meer ontspannen. Hoe vervelend hij mijn confronteren ook vond, hij werd erg aan het denken en aan het werk gezet. In het laatste gesprek zei Guus dat hij regelmatig had moeten zweten tijdens de gesprekken, maar veel te hebben geleerd en gedaan. De laatste zin die hij uitsprak was: ‘Coaching; dat is niet voor watjes’.
Auteur: Michel Post
www.mutabilis.nl
mpmutabilis@gmail.com
Print dit artikel
Terug naar overzicht nieuwsbrief september 2008 (2008-05) |